17 en dakloos

Nieuws

09/11/2019

Niet iedereen slaapt op straat of klopt aan bij de nachtopvang. Jongeren zoeken vaak zelf een oplossing. Ze logeren een tijdje bij vrienden of familie. Mia is zo’n sofaslaper.

Altijd vertrekken
Het voelt alsof ik altijd aan het verhuizen ben. Al mijn hele leven ben ik tevergeefs op zoek naar een vaste woonplaats. Als baby was ik een tijdje dakloos. De afgelopen jaren ook verschillende keren. Momenteel logeer ik al enkele maanden bij mijn vriendje.

Veel mensen denken dat geen thuis hebben of dakloos zijn, automatisch betekent dat je op straat slaapt. Dat klopt niet: veel jongeren zoeken zelf een oplossing en logeren een tijdje bij vrienden of familie. Soms heb je op papier wel een vaste woonplaats, maar voelt de plek zo verschrikkelijk aan dat je liever elders slaapt. Zelfs op straat.

Het is voor mij bijna een gewoonte geworden om altijd opnieuw te vertrekken. Zodra ik langer dan een jaar op één plek woon, begint het raar aan te voelen. Dan wil ik er weg. Toch verlang ik naar een plek waarover ik kan zeggen: ‘Hier blijf ik.’ Ik droom van een echte thuis.

Als baby was ik een tijdje dakloos.
Mia

Drugs
Als baby ben ik een tijdje dakloos geweest. We sliepen toen op straat of in opvangcentra, maar ik herinner me daar niets meer van. Mijn moeder was een prostituee met een drugsverslaving. Nadat ze van mij en mijn tweelingbroer was bevallen, is ze uit die wereld gevlucht.

Ze wilde ons een beter leven geven. Maar we hadden gezondheidsproblemen omdat er drugs in ons bloed zat. Mijn moeder was niet helemaal kunnen afkicken tijdens de zwangerschap. Na een jaar is mijn broer gestorven aan hartfalen.

Mijn moeder leerde een nieuwe vriend kennen we gingen bij hem inwonen. Ze kreeg nog een kind dat ook overleed. Ze raakte diep in de put. Nadat ze zelfmoord probeerde te plegen, belandde ik in een instelling.

Toen ik drie was, kon ik in een pleeggezin terecht. Mijn pleegouders hebben heel goed voor mij gezorgd. Ik heb hele goede herinneringen aan die periode. Dat is nog steeds mijn familie.

Ik had niets meer.
Mia

Kamertraining
Op mijn elf jaar ben ik terug bij mijn moeder gaan wonen. Het ging beter met haar en ze wilde me terug. Ik had niet het gevoel dat ik daar mee over kon beslissen. Een consulente vroeg me of ik van mijn moeder hield. Natuurlijk zei ik “ja”. Dankzij mijn pleegouders, was ik contact blijven houden met haar. Mijn “ja” werd meteen gezien als een instemming om terug bij haar te gaan wonen.

Het duurde niet lang voor ze in haar verslaving herviel. Na enkele jaren op internaat werd ik overgeplaatst naar een instelling. Op mijn zestien ging ik op kamertraining. Dan woon je in een studio en kook je zelf.

De instelling had veel vertrouwen in mij. Af en toe kwam er wel eens iemand kijken, maar meestal werd ik vergeten. Terwijl ik dat contact net heel erg nodig had.

Ik voelde me heel eenzaam. Ik wilde er weg. Naar waar wist ik niet. Ik ging regelmatig periodes bij vrienden logeren. Tegen de begeleiding loog ik dat ik naar mijn moeder ging. Ik had niet het gevoel dat ik nog een thuis had. Ik had niets meer.

Ik snakte naar een familie.
Mia

Als een mama
Met één begeleidster had ik een heel goede band. Ze was als een mama. ’s Avonds zat ik vaak met een vriendin in de gang te babbelen. Die begeleidster kwam regelmatig bij ons zitten.

Toch kon ik ook haar niet vertellen dat ik eigenlijk weg wilde. Ik wilde haar niet teleurstellen. Want als ik het daar nog even volhield, zou ik alleen mogen gaan wonen. Dan had ik de kans om een eigen leven te bouwen.

Maar ik snakte naar een familie. Ik heb die geborgenheid gekend in het pleeggezin. Ik had het er heel moeilijk mee dat ik dat niet meer had.

Op den duur begon een begeleider te merken dat ik periodes verdween. Hij drong aan op een oplossing. De instelling maakte zich zorgen en vergeleek me met mijn moeder: “Haar moeder is psychisch ziek, dus zij zal dat ook wel zijn.”

Slapen, dat lukte me niet.
Mia

Buiten slapen
Uiteindelijk werd opnieuw pleegzorg opgestart. Ik kon terecht bij een vriendin van mijn moeder. Dat zag ik helemaal zitten en zij werd mijn nieuwe pleegmoeder. Ik kende haar al lang en ze was een belangrijke persoon in mijn leven. Ze was streng en dat kon ik op dat moment best gebruiken want ik verwaarloosde mijn schoolwerk.

Maar het liep mis. Tegen dat ik achttien was, hadden we veel ruzie. Op een bepaald moment heeft ze al mijn spaarcenten gestolen. En is ze me beginnen pesten en mishandelen. Ik ben daar verschillende keren weggelopen. Ik kon nergens terecht en had nog nooit van nachtopvang gehoord. Buiten slapen was de enige optie.

Hoe dat was? Vooral heel koud. Ook al was het lente. Ik word normaal heel vrolijk van winterweer, maar dit was anders. Het was ook koud omdat ik geen liefde of troost om me heen had. Ik voelde me heel eenzaam, leeg. Dat je niemand hebt om naartoe te gaan is hard.

Overdag dwaalde ik rond.
Mia

Tijdelijke thuis
Mijn eerste pleegouders hebben een huis waar mijn pleegbroers- en zus op kot zitten. Daar heb ik een half jaar gelogeerd. Ook al voelde het als een tijdelijke thuis, het deed me ontzettend veel deugd om daar te kunnen wonen. Ik heb daar veel gehuild, van blijdschap. Het was alsof ik terug een familie had. Ik voelde me opnieuw geborgen. Ik ben blij dat ik daar een tijdje terecht kon.

Ik heb veel van mijn pleegbroer geleerd. Hij is een beetje ouder dan mij maar is heel volwassen. Hij heeft me met van alles geholpen. Zelfs stomme dingen, zoals tips over dat je het fornuis best meteen afkuist na het koken omdat het vuil er dan gemakkelijker afgaat.

De eerste maanden sliep ik op de zetel. Toen mijn pleegzus op reis ging, kon ik op haar kamer slapen. Bij iemand zo lang logeren, is niet evident. Zeker als je geen eigen kamer hebt en letterlijk op de zetel slaapt.

En natuurlijk zijn er ook momenten waarop je je aan elkaar stoort. Af en toe zorgde dat voor vonken. “Family meeting”, sms’te mijn pleegbroer me als hem iets dwars zat. En dan praatten we er over. Als volwassenen.

Ik moest weer weg...
Mia

Niet leefbaar
Na een tijdje had ik genoeg gespaard om een huurwaarborg te kunnen betalen. Ik vond een studio en verhuisde. Al snel bleek het daar niet leefbaar: er waren vochtproblemen en mijn bovenbuur liep een CO-vergiftiging op. Ik moest weer weg.

Nu logeer ik al twee maanden bij mijn vriendje. Hij woont nog bij zijn ouders. Het is wel leuk dat ik veel bij mijn vriendje kan zijn. Maar het is niet mijn eigen plek. Ik weet wel dat het maar tijdelijk is. Dat helpt. Binnenkort vertrekt mijn pleegbroer naar het buitenland en kan ik zijn kot overnemen.

Als je bij iemand op de sofa slaapt, moet je duidelijke afspraken maken. En je er ook aan houden. Over hoeveel je moet bijdragen in de kosten, bijvoorbeeld. Anders loopt het gegarandeerd mis.

Dat weet ik helaas uit ervaring. Toen ik vorig jaar in mijn eigen studio woonde, heb ik ook twee keer iemand op mijn sofa laten slapen. Achteraf gezien, was dat geen goed idee, want beide keren liep het af op een sisser. Het ene meisje heeft geld van me gestolen en de andere droeg niet bij in de kosten, terwijl ze dat wel beloofd had.

Een goede hulpverlener luistert
Mia

Hulpverlening
Er bestaat misschien wel veel hulp voor mensen zoals mij, maar die werken niet goed samen. Toen ik bij mijn pleegbroer op de sofa sliep, ben ik hulp gaan vragen. Maar omdat ik al achttien was, bleek dat niet evident.

Bij het OCMW werd ik heel goed geholpen. Ik kreeg een leefloon. Mijn begeleidster daar is fantastisch. Maar op sommige andere plekken waar ik aanklopte, bakten ze er niets van. Ik kreeg foute informatie en moest voortdurend heen en weer lopen met papieren. Dat gaf veel stress.

Een goede hulpverlener is iemand die luistert en probeert te begrijpen. Ik had een CLB-begeleidster die daar goed in was. “Hoe ging je toets?”, vroeg ze me, zoals je ouders je dat normaal ook zouden vragen als je van school thuiskomt. En dan kan je even vertellen over je dag. Het lijkt onbenullig, maar dat soort gesprekken betekenden heel veel voor mij omdat ik die met niemand anders had.

Mijn diploma van de middelbare school haalde ik niet. Ik zat voortdurend in overlevingsmodus en miste te veel school. Een tijdje geleden deed ik een toelatingsexamen voor een graduaatsopleiding en daarvoor ben ik geslaagd. Binnenkort begin ik aan een nieuw hoofdstuk als student.

Ik heb nog niet het gevoel dat ik goed terechtgekomen ben, maar wel dat ik op de weg daarnaartoe ben. Dat gevoel ga ik pas hebben als ik ergens vast zal kunnen wonen. En als ik een vast inkomen heb. Dan zit ik goed.

Dit artikel werd geschreven door Lisa Develtere en verscheen eerder op Sociaal.net